Geschiedenis van gin
Hoewel gin vaak als een typisch Engelse drank wordt beschouwd, liggen de wortels van dit distillaat in Nederland. Gin is namelijk de Engelse versie van de Nederlandse jenever. Jenever werd waarschijnlijk voor het eerst gemaakt in het begin van de 17e eeuw, door de Nederlandse arts Franciscus de le Boë Sylvius. Zijn ‘genièvre’ (Frans voor jeneverbes) was een distillaat op basis van jeneverbessen.

Het werd gebruikt als medicijn tegen maagklachten en galstenen. De naam genièvre werd al snel verbasterd tot genever en later jenever. De Engelsen op hun beurt kortten genever af tot gin. Jenever en gin zijn echter niet dezelfde drank. Jenever wordt over het algemeen gemaakt van gerst en gin wordt grotendeels gemaakt van andere granen.
Gin wordt populair in Engeland
Jenever was al wel langer bekend in Engeland, maar werd pas echt populair vanaf 1689. In dat jaar trouwde de protestantse Willem III van Oranje met de Engelse Mary Stuart II. Willem III begon met het heffen van enorme belastingen op distillaten uit katholieke landen als Frankrijk. De productie van binnenlandse distillaten moedigde hij juist enorm aan. In 1720 werd een kwart van de huishoudens in Londen gebruikt voor de productie of verkoop van gin.
Gin aan banden
Omdat gin zo ruim voorhanden was en bovendien goedkoop, was het een populaire drank onder de armen. Massa-alcoholisme en openbare dronkenschap vormden een steeds groter sociaal probleem. Het aantal sterfgevallen, vooral onder kinderen, groeide in die periode explosief. De regering probeerde de productie en consumptie van gin daarom aan banden te leggen. Met de invoering van de Gin Act van 1736 werden er hoge belastingen geheven op gin. Dat leidde onmiddellijk tot enorme rellen. In 1742 was de wet al niet meer van kracht. De Gin Act van 1751 was succesvoller. Volgens die wet mochten distilleerders hun gin alleen verkopen aan caféhouders met een licentie. Die licentie was redelijk betaalbaar. De kwaliteit van de gin werd door deze maatregelen beter en de prijs van gin werd langzaam opgevoerd.
Gin shops en gin palaces
Ondanks de maatregelen bleef gin een immens populaire drank. Aan het begin van de 19e eeuw bestond de helft van de 15.000 Londense cafés uit gin shops. Rond 1830 ontstonden de eerste gin palaces, grote luxe taveernes die prachtig ingericht waren. Het drinken van gin werd steeds minder geassocieerd met dronkenschap en het vergeten van de dagelijkse beslommeringen en kreeg zelfs een hogere sociale status. In dezelfde periode werden ook veel grote ginhuizen opgericht. Gordon’s werd al gevestigd in 1769, Beefeater bestaat sinds 1863.
Gin en cocktails
De Engelsen exporteerden hun gin ook steeds vaker naar het buitenland. In de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw werd het vooral onder de Amerikanen een populaire drank. Zij gebruikten gin regelmatig in de laatste modieuze mixdrankjes: cocktails. Een van de bekendste cocktails met gin is de Martini. De beroemde Gin Tonic is overigens ontstaan in de tropische Britse kolonies. Daar werd gin gemengd met kinine, een middel tegen malaria. Zo werd de bittere smaak van de kinine verhuld. De kinine werd vervolgens opgelost in koolzuurhoudend water, tonic. Behalve in de Martini en Gin Tonic is gin ook een geliefd ingrediënt in veel andere cocktails.

