Wijnproeven: de spelregels
Gebruik een ruim, ongekleurd, schoon glas met een tulpvormige kelk en een steel. Zet water zonder koolzuur, brood en spuugemmers op tafel. Zorg voor goed licht en een witte achtergrond, zodat de kleur van de wijnen goed te zien is. Leg pen en papier of proefformulieren klaar.

Serveer de wijnen op de juiste temperatuur. In de proefruimte moet het niet te warm, maar ook niet te koud zijn. Extra geuren zijn lastig bij het proeven van wijn. Draag daarom liever geen aftershave of eau de toilette en zet een geurend boeket in een andere kamer.
Start ten slotte met proeven en schrijf eerst je eigen waarnemingen op. Praat er daarna pas met de andere wijnproevers over.
Klik hier voor een handig wijnproef-stappenplan.

