Champagne voor de kenners

inspiration-image

Artikel

Uitgebreide informatie over de wereldberoemde champagne.

Kalkrijke bodem

De Champagne is het noordelijkste en koelste gebied van Frankrijk waar met succes druiven verbouwd kunnen worden. De grond bevat veel kalk, waardoor overtollig water goed afgevoerd wordt, en de druiven geen ‘natte voeten’ krijgen. Doordat de druivenranken diep de grond in moeten om bij het water te komen, bevatten ze veel mineralen. Bovendien behoudt kalk het hele jaar een vrij constante temperatuur. Al deze factoren zorgen ervoor dat de gecultiveerde druiven (de pinot noir, pinot meunier en chardonnay) de elegante smaak ontwikkelen die zo kenmerkend is voor champagne.

Productiegebieden

De Champagne-streek wordt in 4 belangrijke productiegebieden ingedeeld:

  • de Montagne de Reims
  • de Vallée de la Marne
  • de Côte des Blancs
  • Côte des Bar

Classificatiesysteem

Het Champagnegebied kent 320 gemeenten. Deze gemeenten zijn opgenomen in een door de overheid ingesteld classificatiesysteem. De classificatie wordt uitgedrukt in een percentage. De hoogte daarvan is afhankelijk van de samenstelling van de bodem waarop de druiven groeien. Daarbij spelen de hoeveelheid kalk in de grond, de diepte van de kalklagen, de afwatering en de ligging van de wijngaarden ten opzichte van de zon de belangrijkste rol.

Van de 320 gemeenten zijn er maar 17 die een percentage van 100% halen. De wijngaarden van deze gemeenten mogen het predikaat Grand Cru dragen. Bij 41 gemeenten heeft de overheid een percentage tussen de 90 en 99% vastgesteld. Deze wijngaarden dragen het etiket Premier Cru. Op plaatsen waar het percentage onder de 80% komt, mogen geen druiven worden geoogst voor het maken van champagnes.

Typen producenten

Het Champagnegebied kent een aantal verschillende typen producenten. Er zijn enkele grote merkproducenten en coöperaties. Deze merkproducenten en coöperaties kopen hun druiven grotendeels van verschillende kleine wijnboeren en maken er champagne van. De Champagne telt maar liefst 15.000 wijnboeren, die ieder gemiddeld nog geen 2 hectare grond bezitten. Zelf hebben de merkproducenten maar zo’n 10% van de totale wijngaardoppervlakte in hun bezit.

Behalve merkproducenten en coöperaties zijn er ook individuele wijnboeren die zelf hun druiven verbouwen, persen en tot champagne verwerken. Deze wijnboeren heten récoltants-manipulants. De vierde groep producenten wordt récoltants-coopérateurs genoemd. Dat zijn wijnboeren die hun druivenoogst verkopen aan een coöperatie en vervolgens kant-en-klare flessen champagne terugkopen. De récoltants-coopérateurs maken de champagne dus niet zelf. Wel voorzien ze de champagne van een eigen etiket.

Suikergehalte

Champagnes worden onderverdeeld in mate van zoetheid. De hoeveelheid suikers in de wijn vormt de basis voor deze verdeling.

  • 0-6 gram/liter: extra brut
  • 6-15 gram/liter: brut
  • 12-20 gram/liter: extra sec
  • 17-35 gram/liter: sec
  • 33-50 gram/liter: demi-sec
  • meer dan 50 gram/liter: doux

In Nederland worden bijna alleen brut en demi-sec verkocht.

Productieproces van champagne

Méthode traditionnelle

De officiële en traditionele bereidingswijze van champagne wordt de méthode traditionnelle genoemd. In de Champagne-streek mag deze methode méthode champenoise heten. Voor mousserende wijnen die volgens hetzelfde procédé worden gemaakt, maar niet uit de Champagne komen, wordt gewoon de term méthode traditionnelle gehanteerd.

De persing

Tijdens de oogsttijd, die meestal rond midden september van start gaat, worden de druiven met de hand geplukt en in mannequins, speciale rieten manden, gelegd. Alle druiven moeten ongekneusd bij de pers aankomen. De pers staat daarom altijd in de buurt van de wijngaard. De 1e persing (cuvée) geeft het puurste en meeste delicate sap. Het sap van de 2e persing (premier taille) is iets ruwer van smaak. De 3e persing (deuxième taille) werd altijd gebruikt voor goedkope supermarktchampagnes, maar is tegenwoordig verboden. Het sap dat bij de persingen vrijkomt, wordt omgezet in stille basiswijnen. Dit gebeurt, net als bij gewone stille wijnen, door middel van gisting.

Assemblage

De belangrijkste stap in het maken van een mooie champagne is de assemblage, het mengen van de stille wijnen. Tijdens het mengen worden perfecte combinaties van druivenrassen, oogstjaren en wijnen van bepaalde wijngaarden gemaakt. Meestal is een champagne een combinatie van wijn van verschillende oogstjaren. Vintage-champagne mag zo heten als er alleen wijn van één oogstjaar is gebruikt.

Liqueur de tirage

Als de wijnen geblend zijn, wordt er een liqueur de tirage (mengsel van gist en suiker) aan toegevoegd. Dit brengt een 2e gisting in de fles op gang. Vervolgens wordt de wijn gebotteld, met een kroonkurk afgesloten en horizontaal in koele kelders opgeslagen, bij een constante temperatuur van 8-10°C. Tijdens het gisten stijgt het koolzuurgehalte in de wijn.

Rijping

De wet eist voor champagne minimaal 15 maanden flesrijping. Maar om de gewenste harmonie te krijgen, laten veel wijnhuizen hun topchampagnes veel langer op fles rijpen. Soms wel 5 jaar lang. Hoe langer de wijn op fles heeft kunnen rijpen, hoe beter de wijn zich ontwikkelt. Belangrijk hierbij is de temperatuurbewaking.

Remuage: kantelen van de flessen

Voordat de flessen champagne naar de kopers gaan, worden ze met hun hals schuin naar beneden in zogenaamde pupitres gezet. In deze schuin opgestelde houten rekken met ronde gaten vindt de remuage plaats. De flessen worden daarbij steeds een slagje gedraaid. Hierdoor glijdt het bezinksel dat zich tijdens de 2e gisting heeft gevormd langzaam in de hals. Vroeger gebeurde dit met de hand, maar tegenwoordig worden zogenaamde gyropalettes gebruikt, automatische kantelapparatuur. Daarin passen zo'n 500 flessen. De duur van de remuage is hierdoor teruggebracht van 8 à 12 weken tot 1, hooguit 2 weken.

Dégorgement: bezinksel verwijderen

Het bezinksel in de hals moet met zo min mogelijk verlies van koolzuur (en wijn) uit de fles gehaald worden. Vroeger ontkurkten de keldermeesters de fles door met een klap tegen de bodem het bezinksel eruit te slaan. Tegenwoordig worden speciale machines gebruikt die de hals en het bezinksel bevriezen. Vervolgens worden de flessen automatisch van de kroonkurk en het bevroren bezinksel ontdaan.

Liqueur de dosage

Na de verwijdering van het bezinksel wordt een beetje liqueur de dosage toegevoegd, champagne die aangelengd is met wat rietsuiker (soms ook met wat esprit de cognac). Afhankelijk van de hoeveelheid suiker gaat een champagne als brut (droog), sec (zoet) of demi-sec (erg zoet) door het leven. De fles krijgt een kurk, een muselet (het (stalen) touwtje waarmee de kurk in de fles wordt gehouden) en een etiket. Er zijn ook champagnes waaraan geen liqueur de dosage wordt toegevoegd, maar alleen champagne van dezelfde soort. Op het etiket staat dan vaak brut-de-brut, brut zéro, extra brut of brut 100%.

Druivenrassen voor champagne

Er mogen maar 3 druivenrassen gebruikt worden in champagne: pinot noir, pinot meunier en chardonnay. Hoewel de meeste champagnes blends van verschillende druivenrassen zijn, moet het karakter van de verschillende druiven altijd herkenbaar zijn. In de beste Grand Cru-dorpen wordt voornamelijk de frisse en elegante chardonnay verbouwd. Bekende wijndorpen hier zijn Avize, Cramant, Mesnil en Oger. Pinot noir staat vooral aangeplant in het Aube-gebied. Pinot noir geeft champagne een fruitig karakter en een elegante smaak. De beste pinot noir wordt verbouwd in Aÿ en Bouzy. Pinot meunier groeit vooral in Aisne en Seine-et-Marne. Deze druif is iets minder fruitig van smaak dan pinot noir.

Soorten champagne

 

Blanc des Blancs

Bijna iedere champagne-producent doet zijn best om verschillende soorten champagne uit te brengen, die variëren in smaak, stijl en prijsklasse. Enkele gangbare soorten zijn de Blanc de Blancs, Blanc de Noirs en de Rosé champagnes. Blanc des Blancs betekent letterlijk ‘witte wijn van witte druiven’. Deze champagnes zijn dan ook alleen gemaakt van chardonnay-druiven. Ze worden vooral gemaakt aan de Côte des Blancs ten zuiden van Epernay, in Cramant, Mesnil en Avize. Het zijn doorgaans delicate wijnen, licht van kleur en smaak, met een hoge zuurgraad en een hint van citrus of appels.

Blanc des Noirs

De Blanc des Noirs komt niet zo vaak voor als de Blanc des Blancs. Een Blanc des Noirs is gemaakt van het sap van de blauwe pinot noir of pinot meunier, of is een blend van beide druivenrassen. Deze champagnes zijn rijk en vol van karakter, met veel zwaar, donker fruit. Oudere Blanc des Noirs bezitten zelfs tonen van rook, honing, toffee en leer. In het algemeen bestaat een Blanc de Noirs voor ongeveer 1/8 tot een ¼ uit Blanc de Blancs, wat hem meer finesse en speelsheid verleent.

Rosé champagne

Clicquot produceerde in 1777 de allereerste rosé champagne. Deze romantische champagnes werden pas in het begin van de 19e eeuw echt populair. Normaal gesproken krijgen rosé wijnen hun kleur van pigment uit de druivenschillen. Er mocht tot voor kort geen rode wijn aan witte wijn toegevoegd worden om een rosé te maken – behalve in de Champagne. Omdat het sap van de pinot noir en meunier kleurloos is, wordt er 8 tot 20% stille rode wijn aan witte wijn toegevoegd. Zo krijgt de champagne een mooie roze kleur en een typische fruitige smaak die doet denken rode vruchten als frambozen en aardbeien.

 

Champagneflessen en -maten

Voor champagne worden extra sterke flessen gebruikt, die de grote druk in de fles kunnen weerstaan - doorgaans 6 keer de druk van de buitenlucht. De klassieke fles weegt circa 900 gram. Een gevulde fles weegt dus 1,65 kilo. De flessen moeten 3 maanden lang een druk van 12 atmosfeer kunnen weerstaan en dan vervolgens enkele minuten een druk van 20 atmosfeer. Pas dan is de fles geschikt voor champagne. Er bestaan vele officiële, en nog veel meer officieus vastgelegde flesformaten. Hoe groter de fles, hoe beter de fijnheid en frisheid van een champagne wordt behouden en hoe langer de mousse actief blijft. Bovendien is champagne in grote flessen langer houdbaar dan champagne in een gewone fles.

Officieel gehanteerde formaten voor champagneflessen

Hieronder staat een overzicht van de officieel gehanteerde formaten voor champagneflessen (in liters):

Formaat

Liter

Quart

0,2

Demi

0,375

Bouteille

0,75 (1 fles)

Magnum

1,5 (2 flessen)

Jéroboam

3,0 (4 flessen)

Réhoboam

4,5 (6 flessen)

Mathusalem

6,0 (8 flessen)

Salmanazar

9,0 (12 flessen)

Balthazar

12,0 (16 flessen)

Nabuchodonosor (Nebucadnezar)

15,0 (20 flessen)

Deze benamingen staan overigens niet overal voor dezelfde inhoudsmaten. De Jéroboam bijvoorbeeld staat in de Bordelais voor 4,5 liter. Sommige glasfabrieken produceren op aanvraag speciale maten. Zo is er ook een Salomon van 18 liter (24 flessen) gemaakt voor champagne. Het uitschenken van dergelijke flessen is een kunst apart.

Champagne serveren en bewaren

 

Serveertemperatuur

Champagne moet gedronken worden op een temperatuur van 8-10°C. Is de champagne kouder, dan kan de smaak zich niet goed ontwikkelen. Een champagne die daarentegen te warm wordt geserveerd, verliest te snel haar frisheid en mousse. Leg de fles een dag van tevoren in de koelkast. Voor het serveren kan de fles 10-15 minuten in een emmer met ijs en koud water gezet worden.

Openen

Houd de fles vast in een hoek van 45 graden, met de duim in de onderkant. Verwijder de kurk rustig en met een sissend geluid door de fles van de kurk af te draaien (in plaats van de kurk van de fles te draaien). Zo blijft het gas in de champagne en loopt de fles niet over. Maak de flesopening schoon met een servet.

 

Glaswerk

Serveer de champagne bij voorkeur in dunne flûtes. In deze glazen blijft de mousse van de champagne goed behouden. Schenk een beetje champagne in het glas van degene die voorproeft. Als de champagne is goedgekeurd, schenk je de andere glazen in. Vul de glazen tot maximaal 2/3 in één of meerdere keren, al naar gelang de mate waarin de champagne bruist. Houd een champagneglas met duim, wijs- en middelvinger vast bij de steel. Nooit aan de bovenkant, want dan warmt de wijn te snel op. Was de glazen niet in de afwasmachine of ruim sop. De zeepresten die zo achterblijven zorgen ervoor dat de champagne de volgende keer neerslaat.

Bewaren

Champagnes kunnen niet goed tegen hoge temperaturen of grote temperatuurschommelingen. Ze blijven het langste goed als ze horizontaal en in het donker opgeslagen worden, bij een temperatuur van 7-12°C. Door de horizontale ligging blijft de kurk nat en blijven de bubbels in de fles. Voorkom dat de fles op de tocht ligt. Hoelang je een champagne kunt bewaren is afhankelijk van verschillende factoren.

  • Chardonnay (Blanc des Blancs) en pinot noir (Blanc des Noirs) zijn goed houdbaar. Vaak blijft een Blanc des Noirs langer goed dan een Blanc des Blancs
  • pinot meunier heeft een minder goed bewaarpotentieel. Als er meer dan 35% pinot meunier in de champagne zit, kan deze niet langer dan 9 maanden bewaard worden
  • Champagnes met druiven van goede kwaliteit (Grand Cru of Premier Cru) zijn langer houdbaar dan die gemaakt van Cru (normale kwaliteit druiven)
  • voor normale middenklasse champagnes geldt de regel dat deze net zo lang bewaard kunnen worden, als ze hebben gerijpt. Een champagne die 5 jaar heeft gerijpt kan dus ook 5 jaar bewaard worden (behalve als er veel pinot meunier in zit).

Bewaar een aangebroken fles champagne in de koelkast. Met een vacuümkurk blijft de mousse behouden.

Direct online champagne bestellen.

(6 stemmen)
69.99
Champagne
Fles Doos (6)

(17 stemmen)
66.79
Champagne
Fles Doos (6)

1 Review

(66 stemmen)
13.89
Mousserend
Fles Doos (6)

1 Review

(40 stemmen)
35.99
Champagne
Fles Doos (6)