Grieken en Romeinen
Circa 2.000 jaar v. Chr. bereikte de druivenstok Griekenland. Op Kreta zijn amforen en een wijnpers gevonden die dateren van 1.500 jaar v. Chr. De kunst van het wijnmaken werd door de Phoeniciërs naar Griekenland gebracht. De Grieken hebben op hun beurt druivenstokken en wijnkennis verspreid naar andere gebieden in het Middellande Zeegebied, waaronder Etrurië (het huige Toscane). In Italië waren het de Romeinen die de wijnbouw verder ontwikkelden. Ze legden wijngaarden aan in meer noordelijk gelegen landen als Frankrijk en Duitsland.
Monniken en immigranten
De meeste wijngebieden in het huidige Frankrijk dateren uit de Romeinse tijd. De wijnbouw bloeide op tijdens de Romeinse heerschappij, maar na de val van het Romeinse Rijk in 476 na Christus raakten de meeste wijngaarden in verval. In de middeleeuwen legden vooral monniken zich toe op de wijnbouw. Ieder klooster produceerde zijn eigen wijn, die werd gebruikt in de mis. In de middeleeuwen en daarna namen missionarissen en Europese immigranten druivenstokken mee naar de Nieuwe Wereld, waaronder de Verenigde Staten, Zuid-Amerika en Australië.
Industrialisering en nieuwe technologische inzichten
Aan het einde van de 19e eeuw kregen verschillende Europese wijnlanden een enorme tegenslag te verduren. Een omvangrijke druifluisepidemie vernietigde duizenden hectaren wijnbouwgrond. Frankrijk verloor 2/3 van al haar wijngaarden. De Franse wijnbouw werd gered door Europese druivensoorten te enten op Amerikaanse stammen. Die waren resistent tegen de druifluis. De toenemende industrialisering in de 19e eeuw zorgde voor een verbetering van de infrastructuur en een bloeiende internationale handel. Ook in de 20e eeuw worden er nog steeds veel vernieuwingen in de wijnbouw gedaan. Veel wijnlanden van de Nieuwe Wereld hebben daarin het voortouw genomen. Tegenwoordig komen er niet alleen bijzondere wijnen uit de Oude Wereld, maar ook uit gebieden als Noord- en Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en Australië en Nieuw-Zeeland.