Als je door Nieuw-Zeeland reist vallen de ruimte en het licht gelijk op. Die ruimte is er omdat er weinig mensen per vierkante kilometer wonen. De dunne ozonlaag en de vaak onbewolkte lucht zorgen samen voor helder licht en intense kleuren. In Nieuw-Zeeland lijkt het groen van de planten veel groener, het blauw van de zee blauwer, het rood van de rotsen roder en de eeuwige sneeuw op de bergtoppen witter. Al die kleuren steken fel tegen elkaar af. De natuur is overweldigend en uitbundig.
RELAX
Behalve ruimte en licht hebben Nieuw-Zeelanders ook tijd. Of anders gezegd: ze hebben zelden haast. Er is tijd voor een praatje in de winkels, mensen laten elkaar voorgaan en op de wegen wordt rustig gereden. Dat laatste is trouwens maar goed ook, want reken niet op kaasrechte autobanen; de wegen slingeren over het eiland. Even van oost naar west racen is er niet bij en dikwijls moet je een flink ommetje maken vanwege bergketens of een gigantisch meer. Alles duurt gewoon wat langer en dat went verrassend snel.
NOORD & ZUID
Een van de vele, vele mooie routes loopt langs de kust van Christchurch naar Marlborough, het wijngebied in het noordoosten van het Zuidereiland. Even voor het complete plaatje: Nieuw-Zeeland bestaat uit het Noorder- en Zuidereiland met een totale lengte van circa 1600 km. Samen met enkele kleine eilanden ligt het land ver van alles, midden in de Grote Oceaan. Australië, het dichtstbijzijnde vasteland, is nog altijd 2000 km verderop. Nergens in Nieuw-Zeeland is de zee ver weg en zijn invloed voel je vrijwel overal. Ook in de wijngaard. Zowel op het Noorder- als Zuidereiland worden druiven verbouwd en verrukkelijke wijnen gemaakt, met als allerbekendste de Sauvignon Blanc uit Marlborough.
EFFICIENCY
Zo overweldigend mooi als de natuur er is, zo ‘saai’ zijn de meeste wijngebieden. De wijnbouw is relatief jong in Nieuw-Zeeland. Weliswaar werd de eerste wijnstok er in 1819 door de missionaris Samuel Marsden geplant, maar er zijn geen bewijzen dat hij er wijn van maakte. Dat gebeurde wel in 1837 door James Busby die ook bekend staat als ‘vader’ van de Australische wijnbouw. Moderne wijnbouw begon rond 1960. Met veel kennis vanuit andere, oude wijngebieden in de wereld hebben de Nieuwzeelanders hun wijngaarden efficiënt ingericht om de grond met machines te kunnen bewerken en machinaal te oogsten. Als je wijngebied Marlborough vanaf de kust binnenrijdt, zie je uitgestrekte vlaktes met strakke rijen, keurig geleide druivenplanten. Geen steile hellingen, lieflijke heuvels en valleien dus. Eigenlijk tamelijk eentonig, maar wat het dan weer mooi maakt, zijn de bergen die de streek in het noorden, westen en zuiden omgeven en de wijnstokken beschermen tegen harde zeewind, kou en regen.